Herstelzorg COVID-19

De fysio- of oefentherapeut speelt een belangrijke rol in het herstel van u of uw naaste(n) met COVID-19 die (blijvende) klachten en beperkingen ondervinden in het bewegend functioneren, waardoor participatie in het dagelijks leven is belemmerd. Wanneer u of uw naaste(n) met een hulpvraag gerelateerd aan beperkingen in fysieke capaciteit en/of fysieke activiteit zit, komt u in aanmerking voor fysio- en oefentherapie.

Er is indicatie voor fysio- of oefentherapie bij één of meerdere van de volgende punten:

  • Vermindering in inspanningscapaciteit, activiteiten en/of bewegend functioneren in de thuissituatie;
  • Verminderde spierkracht of -massa, balans of uithoudingsvermogen;
  • Een verlaagde fysieke capaciteit en/of fysieke activiteit;
  • Problemen die door langdurige immobiliteit kunnen zijn ontstaan, zoals perifere neuropathie of gewrichtsklachten;
  • Ademhalingsproblematiek en het omgaan met deze problematiek;
  • Verminderde zelfredzaamheid bij activiteiten in het dagelijks (bewegend) functioneren. 

Op basis van een tijdelijke aanspraak kunt u gebruikmaken van herstelzorg vanuit de basisverzekering. Wel geldt het eigen risico. Voorwaarden hiervoor zijn een verwijzing van een medisch specialist of huisarts. 

De herstelzorg bestaat uit maximaal 50 behandelingen fysio- of oefentherapie. Na zes maanden kan op indicatie van een medisch specialist, een beroep gedaan worden op een tweede behandelperiode van zes maanden. 

Bron: KNGF 

 

Tijdelijke toelating tot het basispakket

Om zorg vergoed te krijgen uit het basispakket moeten behandelingen bewezen effectief zijn. Op dit moment zijn de effecten van paramedische herstelzorg bij patiënten die ernstige COVID-19 hebben doorgemaakt nog niet bewezen. Paramedische herstelzorg kan dus niet zomaar vergoed worden uit het basispakket.

De situatie van de COVID-19-pandemie is uitzonderlijk. We weten nog weinig over het het herstel van mensen die ernstig ziek zijn geweest. Wel zien de betrokken beroepsgroepen, zorgverzekeraars, het ministerie van VWS en het Zorginstituut aanwijzingen dat paramedische herstelzorg kan bijdragen aan het herstel.

Om de effectiviteit te onderzoeken en tegelijkertijd patiënten de mogelijkheid te bieden deze zorg vergoed te krijgen, maken we gebruik van een wettelijke regeling. Dit wordt ook wel voorwaardelijke toelating genoemd. De regeling staat in artikel 2.2 van de Regeling zorgverzekering. In zo’n situatie kan de minister voor Medische Zorg besluiten om zorg tijdelijk toe te laten tot het basispakket met als voorwaarde dat er wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van die zorg gedaan wordt. Op deze manier kunnen we te weten komen of deze zorg daadwerkelijk effectief is en permanent in het basispakket zou moeten komen.

Normaal gesproken wordt zo’n onderzoek gedaan met een kleine groep patiënten en komt de zorg pas later breder beschikbaar als de zorg bewezen effectief is. In het geval van COVID-19 is de paramedische herstelzorg in het kader van dit onderzoek direct voor alle Nederlanders beschikbaar gemaakt. 

Het onderzoek voldoet aan de vereisten uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

 

Hoe wordt het onderzoek gedaan?

Het onderzoek bestaat uit 2 delen en wordt uitgevoerd door 9 onderzoeksinstituten onder coördinatie van het Radboudumc. Het 1e deel noemen we het retrospectieve onderzoek. Het 2e deel noemen we het prospectieve onderzoek.

  • In het 1e deel van het onderzoek worden gegevens over de gezondheid en herstel verzameld uit het behandeldossier van de patiënt. Het 1e deel start zodra de 1e behandeling van paramedische zorg wordt gegeven. De behandelaar legt verschillende gegevens vast over bijvoorbeeld conditie, gewicht en de behandeling die nodig is.

Alleen de anonieme behandelgegevens van de herstelzorg worden gebruikt voor het onderzoek. De patiënt moet mondeling toestemming geven om deze gegevens te delen met de onderzoekers. De zorgverlener legt de toestemming vast in het behandeldossier. Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van anonieme gegevens. Er worden dus geen persoonsgegevens gedeeld met de onderzoekers. Ook worden er geen gegevens gedeeld over behandelingen die geen onderdeel uitmaken van de herstelzorg.

De toestemming voor het delen van de anonieme gegevens kan op elk moment, zonder reden, ingetrokken worden.

  • Het 2e deel van het onderzoek is gestart in maart 2021. Hiervoor zullen ongeveer 1300 mensen via hun zorgverlener worden gevraagd om deel te nemen. Deelname houdt onder meer in dat patiënten op 4 momenten in het onderzoekstraject een vragenlijst moeten invullen. Als een patiënt uitgenodigd wordt voor dit deel van het onderzoek, wordt de patiënt verder geïnformeerd via de onderzoeksgroep. 

 

Meer informatie is te vinden op:

 

Bron: Zorginstituut Nederland